Na de verovering van Coevorden in 1592 door de staatse legers van prins Maurits op de Spanjaarden besloten de Staten-Generaal van het andermaal verwoeste stadje een sterke grensvesting te maken. Militaire tekenaars ontwierpen een Europese modelvesting met een apart verdedigbare citadel op het voormalig kasteelterrein. Het kasteel of wat daarvan resteerde, bleef tot 1796 ambtswoning van de drost van Drenthe, die er echter sindsdien niet permanent resideerde. Grenzend aan het kasteel werd in het begin van de 17e eeuw een gouvernementsgebouw opgetrokken, bestemd voor de hoogste militaire bevelhebber van de vesting: de gouverneur. Beide historische bouwwerken stonden en staan met slechts één, door alle partijen eeuwenlang betwiste deur, in verbinding. Deze functie behield het gebouw tot na de Franse tijd, waarna het werd ingericht tot ’s Lands Hospitaal, het ziekenhuis van het garnizoen.
Na de opheffing van de vesting werd het Gouvernement in 1853 aan particulieren verkocht, die het gebouw min of meer het huidige uiterlijk verschaften. In 1900 kocht de stad het Gouvernement om het in gebruik te nemen als stadhuis. Deze bestemming bezat het inmiddels vele malen verbouwde pand tot 2008. Met het aangrenzende kasteel werden beide bouwwerken ingericht tot een historisch aantrekkelijke en exclusieve gelegenheid voor ontvangsten en vergaderingen in een culinaire sfeer.